Het Amazonewoud en de Cerrado branden. De inheemse bevolking wordt als eerste door de rook bevangen, maar vecht terug.

Jan De Deken

Tekst en foto's: Jan De Deken
Video: Thomas Ceulemans
25 september 2019

‘Op de dag dat Bolsonaro verkozen werd, staken ze onze school en medische post in brand.’

Vasco Pankararu, leider van het Pankararu-volk, krijgt sinds die bewuste 7 oktober 2018 constant doodsbedreigingen. Zijn land, in de droge steppes van het noordoostelijke Pernambuco, is wettelijk erkend als inheems reservaat. Maar de beloftes van Bolsonaro tijdens de verkiezingscampagne hebben de boeren die het reservaat omringen moed gegeven. Bolsonaro zou geen vierkante centimeter grond voor de inheemse bevolking overlaten. Al kwam hij daar later op terug: geen millimeter, moest dat zijn. Hij zou de boeren gratis wapens geven om de ‘parasieten’ van ‘s lands bodemschatten te verdrijven. ‘Het is zonde dat de Braziliaanse cavalerie niet zo efficiënt als de Amerikaanse de indianen heeft uitgeroeid’, liet de uiterst rechtse ex-legerkapitein zich ooit ontvallen.

‘Met de steun van de president denken ze dat nu alles gepermitteerd is. Maar we zijn niet bang. Wij overleven al 519 jaar kolonisatie en onderdrukking, we zullen ook dit doorstaan’, zegt Vasco. Hij schraapt de keel en strijkt zijn imposante hoofdtooi met zwart-witte sperwer-veren. Maar zijn intentie om onverschrokkenheid uit te stralen, ketst af op de trilling in zijn stem.  

Samen met meer dan honderd andere Pankararu heeft Vasco er een busreis van 36 uur opzitten. Het is zijn tiende Acampamento Terra Livre. Vorig jaar, wanneer Bolsonaro voorop liep in de peilingen, lokte de jaarlijkse protestmars 3500 indianen van meer dan honderd etnieën naar de hoofdstad. Het werd de grootste inheemse bijeenkomst ooit. Dit jaar is er beduidend minder volk opgedaagd. Ze geven het niet graag toe, maar ze zijn wél bang. En terecht.

Nu zijn de Braziliaanse binnenlanden nooit een torteltuin geweest. Bijna nergens ter wereld worden er meer milieubeschermers, mensenrechtenactivisten en journalisten vermoord. Meestal ongestraft. Maar waar de mensenrechtenlat sowieso al te laag lag om er nog onderdoor te kunnen rollen, stampt Bolsonaro ze een halve meter diep de grond in. Hij verklaarde zich tot vijand der ngo’s. Dreigt ermee hen zonder geld te zetten. Beschuldigt hen ervan de branden in het Amazonewoud aan te steken, zelfs. Vele organisaties die al jaren in moeilijke omstandigheden strijden voor mensenrechten en milieu, zijn nu lamgeslagen. Ik zou tijdens deze vijf weken durende reis door de Braziliaanse binnenlanden met vele ngo’s praten, maar telkens wordt me op het hart gedrukt hen niet te quoten. Meer dan ooit vrezen ze voor het leven van hun personeelsleden. 

Onder een loden zon regent het op Acampamento Terra Livre getuigenissen zoals die van Vasco Pankararu.

‘Door een dambreuk van mijnbouwmultinational Vale stroomde onze rivier in januari vol giftig afval. Iedereen moest verhuizen. Vale wordt niet eens ter verantwoording geroepen. Iedereen is bang.’ – Yeré Tembié uit Minas Gerais

‘De vastgoedbedrijven ruiken hun kans. Ze hebben dit jaar al grote stukken van ons land geannexeerd. We vechten terug. Maar helaas lijkt er nooit inheems land beschermd te worden voor er eerst doden vallen.’ - Cacique Awa van Renascer Ywyty Guaçu

‘Ze willen ons vel. Ze proberen ons reservaat te veroveren door ons om te kopen, door verdeeldheid te zaaien. Ze probeerden ons te beletten om naar Brasilia te komen om onze rechten op te eisen. Maar hier zijn we. Deze veldslag hebben we gewonnen.’ – Ana Terra Yawalapiti van Xingu

Bolsonaro ontplooide uitzonderlijk de elite-eenheid Força Nacional om de inheemsen weg te houden uit de hoofdstad. De durvers die het toch haalden, worden door ordetroepen te paard van het perfect gemaaide grasveld op de Esplanada dos Ministerios gehouden. Hier, in het politieke hart van het land, vlak voor het parlement en de senaat, slaan ze al jaren hun tenten op. Nu moeten ze verkassen naar een verdomhoekje twee kilometer verderop.

Acampamento Terra Livre

Acampamento Terra Livre

Ze dansen en zingen zichzelf moed in. Al is het maar om het blanke fossiel dat luidkeels uit de bijbel citerend indianen komt bekeren te overstemmen. Maar twijfel en ontreddering verzilten de fut. Sommigen willen hun tenten op de Esplanada planten, ordetroepen of niet. Anderen vrezen het geweld. Of de framing in de media, waarin niet Bolsonaro, maar zij als de wildemannen zullen worden neergezet. Er is geen leiderschap. Pas wanneer laat in de namiddag Sonia Guajajara van een vliegtuig uit New York stapt en arriveert in het kampement, worden er koeien bij horens gevat. Als voorzitster van de Organisatie van Braziliaanse Inheemse Volkeren (APIB) is ze een van de machtigste inheemse leiders van het land. 

Het is weinigen gegeven: overtuigend oorlogstaal spreken waarin je sambaballen, geesten en als make-up dienstdoende fruitsapjes je wapens noemt. Maar deze vuurspuwende meter vijftig van het roemruchte Guajajara-volk komt ermee weg. In krijgskleuren geschilderd met genipapo en orleaan en gewapend met pijp en maracas marcheren duizenden inheemsen naar het parlement.

Klik en swipe in deze 360°-video.

Maria Alves Munduruku

Maria Alves Munduruku

‘Geen druppel inheems bloed meer!’ schreeuwt ook Maria Alvares Munduruku de longen uit haar lijf, met een maracas die overuren draait. Het is nodig. Ze herinnert zich nog levendig de militaire dictatuur, van 1964 tot 1985. Toen werden meer dan achtduizend indianen vermoord, omdat ze in de weg van de economische ontwikkeling van het Amazonewoud stonden. Die tijd is terug, vreest ze. Maria nodigt me uit in haar dorp Açaizal, in het noordelijke Para, om zelf de schade te komen opmeten.

Technisch gezien ligt Açaizal in het Amazonewoud. In de realiteit valt er tot aan de horizon geen woud meer te bekennen. De wijde omgeving werd gereduceerd tot grondstoffendepot voor havenstad Santarém. 

Van alle deelstaten in de Amazoneregio is Para het meest aangetast door illegale houtkap, intensieve veeteelt en monoculturen. Al wanneer Bolsonaro vorig jaar vooropliep in de peilingen, zagen de boeren er hun kans schoon om nog een versnelling hoger te schakelen. Nieuw terrein werd ontbost. Wie in de weg stond, uit de weg geruimd.

‘Ze hebben mijn broer vermoord. Op 12 augustus, vorig jaar. Niet eens omdat ze hem dood wilden, maar om mij te raken. Omwille van de strijd die we voeren tegen de sojaboeren’, zegt dorpshoofd Josenildo Munduruku. Zijn volk heeft in de afgelopen decennia tegen houtkappers en veeboeren gestreden. ‘Maar soja is de grootste bedreiging waarmee we ooit te maken kregen. Zeker nu de president het jachtseizoen op ons geopend heeft.’ Josenildo gebaart naar de leegte rond zijn bescheiden houten hut. ‘Zij hebben vuurwapens. Waarmee moeten wij ons verdedigen? Pijl en boog?’  

Chief Josenildo Munduruku

Chief Josenildo Munduruku

Josenildo wijst naar SIRSAN, het grootste landbouwsyndicaat in de regio. ‘De voorzitter van SIRSAN heeft hier akkers, op ons territorium. Net zoals sommige parlementairen en gemeenteraadsleden. Ze schrikken nergens voor terug om ons hier weg te krijgen.’

Op een uur rijden van Açaizal, in een broeiheet, raamloos SIRSAN-kantoortje in havenstad Santarém, zegt Dannie Oliveira dat de schuld niet bij de boeren, maar in het wettelijke vacuüm ligt. ‘Onze leden hebben vaak geen eigendomspapieren. Doordat land niet eenduidig afgebakend is, komt het tot conflicten met de inheemse bevolking. Bij gebrek aan wettelijk kader nemen mensen het recht in eigen handen.’ Volgens Oliveira heeft SIRSAN zelf daar weliswaar niets mee te maken. 

Ik vraag haar of ze warm wordt van Bolsonaro’s voornemen om het Amazonewoud voor landbouw en veeteelt open te stellen. Ze relativeert. ‘Hij gaat niet het héle Amazonebekken kunnen openen, daarvoor ontbreekt de infrastructuur. Bovendien is de vegetatie dicht. Het vergt veel werk om daar landbouwgrond van te maken.’ Revista Tapajos Rural, het magazine dat Dannie Oliveira voor de SIRSAN-boeren schrijft, is minder terughoudend. ‘De Amazone is de nieuwe landbouwgrens van het land’, klinkt het daar enthousiast.

‘We vechten tegen Goliath’, zucht Josenildo. ‘Cargill koopt alle productie op van de landbouwers die ons bedreigen.’

Cargill, met in 2018 een omzet van 104 miljard euro de grootste landbouwproducent ter wereld, ondertekende in 2006 nochtans het soja-moratorium. Op initiatief van Greenpeace en samen met een hoop andere multinationals beloofde Cargill om geen soja meer op te kopen uit Amazonegebieden die na 2006 ontbost zijn.

Maura Arapium

Maura Arapium: ‘Dit land is pas vorig jaar ontbost.’ 

‘Onzin’, zegt Maura Arapium, een jonge inheemse activiste die in Santarém farmacie studeert. Samen met Maria leidt ze me langs tientallen kilometers velden in en rond Açaizal. ‘Kijk, zo ver je kan zien staat er maïs. De soja is net geoogst. Dit terrein is pas vorig jaar ontbost, op inheems territorium.’ Volgens Maura en de Munduruku is Cargill de enige afnemer van soja in de regio. Wanneer ik Cargill om uitleg vraag, klinkt het per e-mail dat ze die aantijgingen ernstig nemen en zullen onderzoeken. Ze verzekeren dat elke leverancier die in het Amazonewoud nieuw land ontbost, onmiddellijk op de zwarte lijst komt. Die soja willen ze niet. 

Maar wanneer ik onderzoekster Nathalie Walker van de Amerikaanse ngo National Wildlife Federation bel, blijkt dat niet helemaal te kloppen. Vier jaar geleden onthulde Walker in het gereputeerde wetenschappelijke tijdschrift Science dat honderden sojaboeren in het Amazonewoud illegaal nieuw terrein ontbossen. Zolang ze daarop pakweg maïs, sla of koeien zetten, kunnen ze ongestoord de oogst van hun sojavelden aan Cargill kwijt. 

‘En ja, ook ons onderzoeksteam liep rond Santarém wel vaker op sojavelden waar pas nog bos stond, ook al kan dat in principe niet’, zegt Walker. Alleen Cargill kan die soja kopen, want de volgende haventerminal ligt 520 kilometer verderop. Dat, of ze gebruiken de soja lokaal als veevoeder.’ Maar Dannie Oliveira van SIRSAN claimt dat al hun leden voor de buitenlandse markt produceren.

De Cargill-terminal in de haven van Santarem

De Cargill-terminal in de haven van Santarém

Bij valavond, terwijl vissers aan de oever hun laatste vangst proberen slijten, wordt in de Cargill-terminal van Santarém een oceaanschip volgeladen. Hier vloeien met de Amazone en de Tapajos twee machtige rivieren samen, de ene melkchocoladebruin, de ander diepdonkerblauw, een kilometerslange titanenstrijd uitvechtend alvorens ze moegestreden in één donkere massa samenvloeien. De inheemse volkeren geloven dat er op de bodem een bedrijvige stad ligt. Eén van geesten, voorouders, prehistorische dieren en roze rivierdolfijnen, die tijdens inheemse feesten vermomd als aantrekkelijke, in het wit geklede mannen de oevers betreden om jonge deernes mee te lokken en te bezwangeren. De volgende ochtend herinneren ze zich niets. Menig inheems kind in het Amazonebekken wordt aan de roze rivierdolfijn toegeschreven.

De oceaanschepen zien de Munduruku- en Arapium-volkeren als een illegale invasie van die wereld. Cargill, op zijn beurt, ziet in de diep in het landschap kervende rivieren de kans schoon om vanuit Santarém jaarlijks tot vijf miljoen ton soja rechtstreeks naar Europa en China te verschepen. Binnenkort komt daar nog zes miljoen ton bij. Cargill plant de bouw van een tweede terminal in Para. 

Vermomd als aantrekkelijke mannen lokken roze rivierdolfijnen jonge deernes mee. Menig inheems kind in het Amazonebekken wordt aan de roze rivierdolfijn toegeschreven.

Het klinkt de boeren in het Amazonewoud als muziek in de oren, zij willen nieuw land ontginnen. Ze kijken naar Bolsonaro, in de hoop dat diens snelle ontmanteling van de Braziliaanse milieu-instanties het soja-moratorium op losse schroeven kan zetten. Begin augustus ontsloeg Bolsonaro Ricardo Galvao als directeur van het Braziliaanse Instituut voor Ruimte-onderzoek (INPE), dat aan de hand van satellietbeelden de ontbossing nauwkeurig in kaart brengt. INPE had bekendgemaakt dat die in een jaar tijd met 88 procent was toegenomen, volgens Bolsonaro leugens die ngo’s in de kaart spelen. Galvao werd vervangen door een Bolsonaro gunstig gezinde militair. Ook bij Ibama, de Braziliaanse milieupolitie die INPE’s satellietbeelden nodig heeft om illegale boskappers op te sporen, moest de directeur opstappen. In navolging van zijn belofte boetes voor milieu-inbreuken af te schaffen, maakte de president zijn eigen milieupolitie vleugellam. Terwijl het aantal boetes terugviel naar een historisch dieptepunt, kozen de boeren de vlucht vooruit door massaal bos plat te branden. INPE telde tegen eind augustus al 72.000 branden dit jaar, een record. 

Langs de BR-163 kleurt de bosbrandenkaart hier en daar vuurrood. De 4.476 kilometer lange autoweg die van het zuiden van Brazilië door uitgestrekte savannes en het Amazonewoud naar Santarém leidt, loopt dood op de Cargill-terminal. 

Zuid-Amerika drooggelegd

Wie de BR-163 zuidwaarts volgt, rijdt het Amazonebekken achter zich latend de Cerrado binnen. De Cerrado is een savanne groter dan West-Europa, en het eerste slachtoffer van het internationale succes van het Amazonewoud. In augustus stond in de Amazone 24.944 vierkante kilometer bos in brand. Het Westen verslikte zich haast in zijn sojaburger van verontwaardiging. Dat in de Cerrado in diezelfde maand 36.549 vierkante kilometer in vlammen opging, goed voor de helft van alle bosbranden in Brazilië, weet geen mens. De Cerrawat? 

Met het vergrootglas van milieuorganisaties al decennialang op het Amazonewoud gericht, werd in de luwte meer dan de helft van twee miljoen hectare Cerrado weggekapt. Onderweg van Cuiaba naar het inheemse reservaat Manoki rijd ik voorbij landbouwakkers uitgestrekter dan België zonder een nog rechtstaande Cerrado-boom te passeren, slechts opgeluisterd door een fazenda hier en daar, en reclameborden die pesticides en genetisch gemanipuleerde gewassen aanprijzen. Elke paar uur kruis ik een landbouwershub met tractorverkopers en barbecuerestaurants, waar je sympathie uitspreken voor de inheemse bevolking genoeg is om het pak slaag van je leven te krijgen. Hier is het cowboy en indiaantje spelen in het echt.

Marta Manoki

Marta Manoki

Het is pikdonker wanneer ik de splitsing bereik waar Marta Manoki me staat op te wachten. We rijden een hobbelige slijkweg op, nog kilometers akkers voorbij, tot de vegetatie steeds dichter wordt.

Ik leerde Marta’s moeder Rosines kennen tijdens Acampamento Terra Livre. Rosines is het dorpshoofd in een van de gehuchten in het Manoki-reservaat. Marta geeft les in de lokale school, en strijdt als activiste voor natuurbehoud en de wettelijke afbakening van het Manoki-territorium, twee strijdtonelen die volgens Marta op hetzelfde slagveld uitgevochten worden.

‘Inheemse territoria zijn de best bewaarde van Brazilië', zegt ze. 'We zien Moeder Aarde écht als onze moeder. Wij, de dieren, de planten, we zijn allemaal met haar verbonden. Als je de biodiversiteit niet beschermt, gaat het hele systeem kapot. Wij ook. Ik begrijp dus niet hoe mensen de rivieren kunnen vervuilen waar ze zelf van drinken. De lucht die ze zelf inademen. Dat slaat nergens op.’

De boeren rondom hun land heeft ze daar nog niet van kunnen overtuigen. Integendeel, ook de Manoki voelen het Bolsonaro-effect. 

De volgende dag komen alle dorpsleiders bijeen om te bespreken hoe ze met de recente dreigingen moeten omgaan. Ze vrezen de landinvasies door boeren, maar ook de bouw van nieuwe waterkrachtcentrales langs de rivier. Voor ze het gemeenschapscentrum betreedt, plukt Marta een stekelige, felroze orleaanvrucht van een boom. Met de bessen in de bolster schildert ze haar wangen roestbruin. ‘Ter bescherming.’

De Manoki vergaderen over de recente bedreigingen.

De Manoki vergaderen over de recente bedreigingen.

Tijdens de urenlange vergadering legt ze haar dorpsgenoten uit wat hun rechten zijn. Dat er geen waterkrachtcentrales mogen komen vooraleer de Manoki geconsulteerd worden. Dat recht is verankerd in protocollen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Na haar speech motiveert ze de jongsten om de microfoon te nemen.

‘Dat is belangrijk. Onze voorouders hebben hun leven gelaten voor onze rechten. Zonder hun strijd bestonden we niet meer. We moeten onze kinderen van jongs af politiek vormen, opdat zij er in de toekomst ook zullen staan om ons territorium, de rivieren en de bossen te beschermen.’ 

De soja die op Marta’s platgebrande land wordt geoogst, komt probleemloos in onze single-friendly prefabmaaltijden terecht. 

Maar die strijd voor jonge harten gaat steeds moeizamer. Kinderen groeien met twee culturen op, de Manoki-cultuur en de blanke. De ene gemarginaliseerd en bedreigd, de andere dominant en allesabsorberend. Voetbal verdrong al lang de traditionele sporten. Met de komst van elektriciteit, in 2006, deed ook de televisie haar intrede. Verhalen onder de sterren ruimden plaats voor de telenovelas uit Rio de Janeiro, waar inheemse jongeren een wereldbeeld voorgespiegeld krijgen dat lichtjaren ver van het hunne staat. Telefoonsignaal is er nog steeds niet, maar het internet komt wel binnensluipen. Met smartphones troepen jongeren samen rond de enige mast in het reservaat met ontvangst.

Het is een onvermijdelijk kwaad, weet Marta. Je kan je vijand niet bestrijden zonder hem te zien. Je rechten niet verdedigen zonder ze te kennen. Daarom ging ze, als eerste Manoki, aan de universiteit studeren. ‘We moeten ons de wetten van de blanke eigen maken om met gelijke wapens te kunnen strijden.’

Alle ILO- en andere regels de ze uit het hoofd kent ten spijt, het zou niet baten. In augustus beantwoorden de boeren Marta’s vraag hoe ver ze wilden gaan. Dan staat het Manoki-reservaat in lichterlaaie. Een inferno dat het tot campagnebeeld van Amnesty International schopt. 

In augustus staat het Manoki-reservaat in lichterlaaie.

In augustus staat het Manoki-reservaat in lichterlaaie. © Marizilda Cruppe/Amnesty International

Hier, in de Cerrado, is er geen moratorium. De soja die binnenkort op Marta’s platgebrande land wordt geoogst, komt probleemloos in onze single-friendly prefabmaaltijden en in het veevoer voor Belgisch-witblauwe ‘lekker van bij ons’-steak terecht. 

Van de 2,5 miljoen ton soja die België gemiddeld jaarlijks invoert, komt 39 procent uit Brazilië. Drie vierde ervan wordt verwerkt tot veevoer. Maar met onder andere Delhaize, Carrefour, Albert Heijn en Aldi als grote afnemers van traders Cargill, JBS en Bunge, komt de Braziliaanse soja ook in honderden voedingswaren in onze supermarkten terecht.

Ik bel erover met Hilde Stroot van Greenpeace. ‘Als klant van die supermarkten kan je onmogelijk weten of er voor je maaltijd illegaal bossen zijn platgebrand’, zegt ze. ‘Cargill en Ahold Delhaize weten: het Amazonewoud is het kroonjuweel, daarover schreeuwt iedereen moord en brand. Daaraan vegen ze hun handen schoon, om net groen genoeg te zijn om ondertussen in andere ecosystemen zoals de Cerrado rustig achterover te leunen. Ze hadden beloofd dat hun hele productie tegen 2020 ontbossingsvrij zou zijn, maar dat maken ze bijlange na niet waar.’

De kap van regenwoud stoot meer CO2 uit dan de Europese Unie. Al is de Braziliaanse ontbossing haast uitsluitend bedoeld voor steak in het buitenland. Eigenlijk zou de uitstoot dus binnen die van de EU gerekend moeten worden.

Daarmee schieten ze ook zichzelf in de voet. De Cerrado is een bos dat ondersteboven ligt; de wortels zijn drie keer langer dan de vegetatie boven de grond. Daardoor houden planten en bomen er grote hoeveelheden water vast. Dat legt professor Rosangela Azevedo Correa me uit, in haar kantoor aan de Universiteit van Brasilia. Ze stampte een digitaal Museum van de Cerrado uit de grond, om het belang van het ecosysteem te benadrukken.

'Acht van de twaalf grote Braziliaanse rivieren ontspringen in de Cerrado. Ze vloeien naar het Amazonewoud, de Pantanal, de noordelijke steppes en de pampa’s in het zuiden van Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay’, zegt Azevedo Correa. ‘Maar de Cerrado is razendsnel aan het opdrogen, en met de Cerrado wordt heel Zuid-Amerika drooggelegd. Dat komt haast volledig op het conto van de intensieve veeteelt en landbouw. Die is verantwoordelijk voor 82 procent van de Braziliaanse waterconsumptie. We gaan het probleem dus heus niet oplossen door allemaal wat minder lang te douchen, zoals sommigen opwerpen.'

De klimaatverandering steekt nog een handje toe bij de verwoesting van de Cerrado en andere ecoystemen. Brazilië kreeg de afgelopen jaren zowel met verwoestende overstromingen als met extreme droogte en hitte te maken. Ook de boeren lijden daaronder. Soja verdraagt hittegolven slecht. Mislukte oogsten knauwden de afgelopen jaren gretig aan de Braziliaanse economie. Nathalie Walker, de onderzoekster die de sojaboeren in het Amazonewoud met de billen bloot legde in Science, wil nog begrip hebben voor een kleine boer die aan zijn eigen oogst denkt. Maar ze vindt het onbegrijpelijk dat de grote opkopers Cargill en Bunge hun dominante marktpositie niet gebruiken om de akkers ook in de toekomst productief te houden. ‘Van hen zou je meer langetermijnvisie verwachten, al is het maar uit eigenbelang. Bovendien liggen in de Cerrado tientallen miljoenen hectaren al neergekapt land braak. Als ze hun leveranciers aanzetten die te gebruiken in plaats van nieuw bos te kappen, kan Brazilië zijn sojaproductie verdubbelen zonder verdere ontbossing. Daar ligt een enorme gemiste kans.’

Liever mikt de landbouwsector nog een rondje kogels in ons aller voeten, ook buiten het Zuid-Amerikaanse continent. Cerrado-vegetatie neemt grote hoeveelheden CO₂ op. Maximumcapaciteit: maar liefst 13,7 miljard ton. Maar wanneer vegetatie tjokvol koolstofdioxide gekapt wordt, komt die weer vrij in de atmosfeer. Dat maakt ontbossing na fossiele brandstoffen wereldwijd de grootste veroorzaker van klimaatopwarming. De kap van regenwoud zorgt voor meer emissies dan de totale uitstoot van de Europese Unie. Ware het niet dat Braziliaanse vegetatie haast uitsluitend neergebrand wordt om er veevoeder op te planten en koeien op te zetten voor de buitenlandse markt. Eigenlijk zou de uitstoot dus deels binnen die van de EU gerekend moeten worden. Tel daar Braziliës 220 miljoen broeikasgas uitstotende koeien bij, en de klimaatimpact is dubbelop. Brazilië leverde 41 procent van het rundvlees dat in 2018 de EU binnenkwam. 

‘Hele Braziliaanse deelstaten worden vernietigd voor vlees voor Europeanen en Amerikanen. De Brazilianen hebben hier niets aan. Tachtig procent van wat we consumeren komt van familielandbouw. Industriële landbouw creëert nauwelijks werkgelegenheid. Enkel een kleine elite profiteert hiervan', zegt Azevedo Correa. 

Ze vraagt Europa, na China Braziliës belangrijkste handelspartner, om een stevige positie in te nemen tegen de ontbossing. ‘Als jullie stoppen met ons vlees te eten, moeten we onze manier van werken wel veranderen.’

 'Als jullie stoppen met ons vlees te eten, moeten we onze manier van werken wel veranderen.'

Goed en wel, maar aan wie vraag je dat dan? Aan de consument? Aan Aldi en Albert Heijn? Die laatste piste heeft volgens Hilde Stroot haar hopeloosheid bewezen. Volgens haar is het aan de Europese regeringen om dringend hun verantwoordelijkheid op te nemen. ‘Te lang hebben ze de bal in het kamp van de bedrijven gelegd. Die komen hun zichzelf opgelegde voornemens niet na, dus is het aan de overheid om regels op te leggen. Macron, Merkel en Rutte haasten zich om hun verontwaardiging uit te schreeuwen over de vernietiging van het Amazonewoud, terwijl ze daar net zo medeplichtig aan zijn als Bolsonaro. Er is nog altijd geen enkele wettelijke restrictie op de invoer van Braziliaanse soja.'

Wel sloot de EU in juni een jarenlang onderhandeld handelsakkoord met het door Brazilië gedomineerde handelsblok Mercosur. Het was een topprioriteit waarvoor alle ethische bezwaren tegen Bolsonaro’s beleid moesten wijken, zegt een West-Europese topdiplomaat in Brasilia. In het precaire internationale handelsklimaat belangrijk genoeg om het Bolsonaro te gunnen het akkoord op de borst te spelden als zijn eerste grote internationale succes.

Sonia Guajajara kijkt er met verbijstering naar. ‘De EU heeft de mond vol over milieu- en mensenrechten. Maar hier wordt het milieubeleid volledig ontmanteld, en Europa ziet daar blijkbaar geen graten in. Dat is toch tegenstrijdig?’ Begin november trekt ze naar Brussel, Berlijn, Parijs en Amsterdam om de milieu- en mensenrechtenschendingen door de regering-Bolsonaro en de betrokkenheid van Europese en Belgische bedrijven daarbij aan te klagen.

Sonia Guajajara

Sonia Guajajara

Sinds de gemediatiseerde branden in het Amazonewoud klinkt in het Europese sprekersgestoelte de roep om sancties tegen Brazilië steeds luider. Huidig voorzitter van de Europese Raad Finland vraagt zich af of de EU niet beter stopt met de import van Braziliaans rundvlees. Maar waar de EU echt impact kon hebben, liet het na dat te doen. De enige paragraaf in het handelsakkoord met Mercosur die wordt uitgesloten van sancties, is die over het klimaat. Het duurzaamheidshoofdstuk is niet juridisch bindend.

De schreeuw van Macron en Merkel lijkt ondertussen weinig zoden aan de dijk te brengen. Net zoals wanneer Macron dreigde de handelsdeal op te blazen als Bolsonaro uit het klimaatakkoord van Parijs zou stappen. Brazilië heeft Parijs dan wel niet formeel verlaten, in de praktijk komt het land zijn klimaatverplichtingen al lang niet meer na. Het enige concrete resultaat is dat Bolsonaro zijn eigen achterban kan tonen dat hij niet toegeeft aan wat hij ziet als neokoloniale bemoeienis. 

‘Brazilianen zijn daar allergisch aan. Wij zullen het Amazonewoud niet vernielen, omdat dat niet in ons belang is. Maar als wij tot de laatste boom zouden willen kappen, is dat ons goed recht’, zegt een Braziliaanse diplomaat bij de EU in Brussel. Het is 7 september, de Braziliaanse nationale feestdag. Caipirinha’s hebben de tongen in de tuin van de ambassadeurswoning losgemaakt. Zijn collega, die nauw bij de onderhandelingen van het handelsakkoord betrokken is, denkt er anders over. ‘Brazilië is gevaarlijk aan het afglijden. We moeten hopen dat de EU dit akkoord gebruikt om onze regering te dwingen milieuregels te respecteren.’

Verboden pesticides

Ook in Brazilië groeit de verdeeldheid onder Bolsonaro’s initiële aanhangers, omwille van de brutaliteit waarmee hij broodnodige afzetmarkten tegen de borst stoot. Landbouwminister Tereza Cristina Correa de Costa Dias, zelf telg van een machtige landbouwersfamilie, keurde dit jaar al honderden nieuwe pesticides goed. 24 daarvan hebben ingrediënten die verboden zijn in de EU. Dat nadat ook onder Bolsonaro’s voorganger Michel Temer al 193 in de EU verbannen pesticides werden gelegaliseerd.

Waar het meest gesproeid wordt, piekt de kindersterfte door kanker en het aantal misvormde foetussen. 

Ik ga naar de Federale Universiteit van Mato Grosso, in Cuiaba. Ik heb er afgesproken met Marcia Montanara. Haar onderzoeksgroep brengt al jaren de correlatie tussen pesticidegebruik en ernstige gezondheidsproblemen in kaart. Ze toont kaarten die weinig aan de verbeelding overlaten. Waar het meest gesproeid wordt, piekt onder andere de kindersterfte door kanker en het aantal misvormde foetussen. ‘We treffen die verboden pesticides aan in bloed- en urinestalen, in moedermelk en in heel wat landbouwproducten’, zegt Montanara.

Bizar genoeg komen die met in Europa illegale pesticides besproeide landbouwproducten gewoon op onze markt terecht. De sproeimiddelen zijn overigens vaak van Europese makelij. Met andere woorden: Europese bedrijven verkopen in Brazilië pesticides die de EU te giftig vindt om in Europa toe te laten. Maar zolang de gifwolken in Brazilië en niet in Europa de kindersterfte doen toenemen, ziet de EU er geen graten in om die besproeide landbouwproducten wel in te voeren. Veel cynischer wordt het beleid van een grootmacht die mensen- en milieurechten hoog in het vaandel zegt te dragen niet.

Zelfs Braziliaanse ondernemers lijken niet te geloven dat die opvallende Europese buigzaamheid stand kan houden. Blairo Maggi – ex-minister van landbouw, tot voor kort Bolsonaro-getrouwe, de grootste sojaboer ter wereld en zelf veroordeeld tot een miljardenboete voor illegale ontbossing – vreest nu openlijk dat de koers van Bolsonaro Brazilië economische schade zal berokkenen.

Ik vraag Dannie Oliveira van landbouwsyndicaat SIRSAN ernaar. Ze haalt de schouders op. ‘Welke pesticides de regering legaliseert, doet er eigenlijk niet zo toe. Onze boeren volgen de buitenlandse markt waaraan ze leveren. Ze gaan het risico niet lopen om vele hectaren vol soja te planten als ze die daarna niet verkocht krijgen.' Toch is ze opgezet met de nieuwe vrijgegeven producten. ‘De hagedissen die onze oogst bedreigen worden resistent, dus hebben we sterkere pesticides nodig. Anders wenden boeren zich tot uiterst giftige producten die illegaal het land binnenkomen. Dat gebeurt nu al, bijvoorbeeld om motluizen te bestrijden.’

Welgekomen neveneffect van de pesticides is dat ze een bondgenoot zijn in de strijd voor land. ‘De soja vernietigt niet alleen onze vegetatie, de pesticides jagen ook de inwoners weg. De rivier, het grondwater, de lucht, de aarde, alles is vergiftigd. Het bedreigt ons hele bestaan’, zegt Josenildo Munduruku in Açaizal.

Elias Munduruku

Elias Munduruku

Zijn dorpsgenoot Elias Munduruku beaamt. 'Mijn buurman is bezweken onder de druk en heeft zijn land verkocht. Ik krijg nu het vergif over me heen. Als mijn andere buur ook verkoopt, is het gedaan met mij. Ze kwamen hier onderzoek doen; ik heb nu al pesticides in mijn bloed.’ Ook hij wordt bedreigd, maar weigert te vertrekken. ‘Ze vermoorden me maar. Ik ga nergens heen. Alleen de man hierboven heeft het recht om me te komen halen.'

Maura Arapium

Maura Arapium

Marta Arapium wijst naar de oevers, wanneer we vanuit Santarém naar haar dorpje in het woud varen, zeven uur verderop. 'Je ziet alleen bomen, maar daarachter liggen de mijnsites. Ze ontbossen massaal voor mineralen. Alsof de sojavelden ons nog niet genoeg bedreigen.' Wanneer de rivier in 2009 zodanig vervuilde dat ze er niet meer van konden drinken, besloten de inheemse volkeren langs de Tapajos-rivier in de tegenaanval te gaan. 'We sloten de rivier af met onze kano’s. Van de boten die niet wilden stoppen, staken we de ladingen hout in brand. Het was een manier om onze rechten op te eisen', zegt Maura afgemeten.

Toen, tien jaar geleden, kon Maura nog per kano langs een zijtak van de hoofdrivier naar het dorp varen. Maar illegale boskap rondom de Arapium deed de rivier dichtslippen. We springen van de boot en leggen de volgende ochtend de zestien kilometer door het woud te voet af.

Maura mag dan permanent vanuit Santarém voor de inheemse rechten strijden, in haar eigen dorp komt ze hooguit nog een paar keer per jaar. Ze moet lang sparen om de twintig euro voor de boottocht te kunnen neertellen. Nu Bolsonaro lelijk huishield in de budgetten voor universiteiten en studiebeurzen voor minderheden, trekt de financiële strop zich nog strakker rond Marta's nek. 'Veel inheemse studenten zullen hun studies moeten opgeven. Dat is natuurlijk net de bedoeling van deze regering', zegt Marta.

Zelf weigert ze te capituleren. Ze studeert niet zomaar farmaceutische wetenschappen. 'Ik wil de geneeskrachtige werking van onze natuurlijke medicijnen bewijzen, en het auteursrecht leggen bij wie het toekomt: de inheemse volkeren. Farmabedrijven strijken miljarden op met onze planten. Al generaties lang worden we bestolen.'

Ik breng vier dagen bij de Arapium door. Marta's moeder vertelt me over de geneeskrachtige werking van tientallen planten. Zij was de eerste vrouwelijke cacique, de chief van het dorp. Nu heeft haar zus de fakkel overgenomen. Er wonen maar zo'n honderd Arapium in Braso Grande, de meesten zijn familie. Ze brengen hun dagen door op de akkers, bij hun handvol koeien, en af en toe op klein wild jagend in het woud. Het is verleidelijk om het stille, traditionele leven van dit inheems volk te verheerlijken, ver van internetverbindingen en telefoonsignaal. 'Vergis je niet, het leven in het woud is hard', houdt Maura me regelmatig bij de les.

Vlak voor vertrek haalt ze ongewild haar gelijk. Wanneer ik me nog snel was in de rivier vooraleer we de lange voettocht aanvatten, wordt het getsjirp van krekels en cicaden verscheurd door een ijzingwekkend gekrijs. 

Vitorio, de dag voor de schorpioenensteek    

Vitorio Arapium

Vitorio, het tweejarige neefje van Maura, is vol gif gepompt door een schorpioen. Het vuistgrote exemplaar kwam zomaar van het plafond gevallen. Vitorio krijst zoals ik nooit eerder iemand hoorde krijsen. Hij gaat vrijwel meteen in shock, zijn hele lijfje begint onbedaarlijk te stuiptrekken.

Het is niet de eerste schorpioenensteek in het dorp. Twee volwassenen overleefden het nipt. Maar een tweejarige is een ander verhaal. Met de enige motorfiets scheurt Maura over zestien kilometer struikelpad, om in een sloep de rivier af te varen tot ze telefoonsignaal opvangt. Het duurt uren. Vitorio blijft al die tijd stuiptrekken en gillen. Het snijdt door merg en been. Alle leven is stilgevallen, het hele dorp wacht met van zenuwen doortrokken gezichten af. Maura's moeder loopt af en aan met plantenmengsels om Vitorio het gif te laten uitbraken.    

Na drie uur arriveert de helikopter van Sesai, het instituut voor inheemse gezondheidszorg. Vitorio heeft verbazingwekkend standgehouden. Uitgeput, nog steeds krijsend met gebroken stembanden, wordt hij in allerijl naar het ziekenhuis van Santarém gebracht. 

Net zoals de milieupolitie, het ruimtevaartinstituut en de universiteiten wordt ook Sesai gekortwiekt door Bolsonaro. Ze moeten maar zoals de Brazilianen leven, zegt de president. Voor de volgende peuter die door een schorpioen gestoken wordt, komt de helikopter misschien niet meer.

Word lid

Kwaliteitsvolle journalistiek is meer dan ooit broodnodig, maar kost ook veel geld. Lid worden kan op onze Patreon-pagina vanaf 1 euro per maand en duurt minder dan een minuut. Maak mee het verschil.

Word lid