Kan kunst het klimaat redden? Niet in zijn eentje natuurlijk. Maar elke grote maatschappelijke kentering begint met een wervend verhaal. En laat nu net kunstenaars meesterlijke verhalenvertellers zijn. The Polar Project ging in gesprek met drie creatieve wereldverbeteraars uit Costa Rica, een land dat als geen ander de kunst der grote verhalen beheerst.
Bij The Polar Project geloven we dat grote uitdagingen grote antwoorden vereisen. Klimaatverandering en massaal biodiversiteitsverlies los je niet op met alleen wat zonnepanelen hier en daar. Ze vereisen een cultuuromslag. Een herschikking van prioriteiten. Waaraan hechten we meer belang: wegwerpprullen van Alibaba of gezonde lucht en voeding?
Zo’n cultuuromslag maken is makkelijker dan je zou denken. We deden het wanneer we beslisten om de slavernij af te schaffen. Om iedere burger één stem te geven bij verkiezingen. Om vrouwen stemrecht te geven. Om mannen met elkaar te laten huwen. Een nieuw normaal zit in grote en in kleine dingen. Dat het ondertussen zowat ondenkbaar is om een evenement te organiseren en géén vegetarische optie aan te bieden voor de lunch, ook dat is een cultuuromslag.
Telkens begonnen ze met dromers die riepen vanuit de marge. Dromers die door velen als drammers werden ervaren, maar wiens gedram al snel omarmd werd als het nieuwe normaal. Waarna de drammerbashers collectief ontkenden de dromers ooit drammers genoemd te hebben.
Kunstenaars behoren tot de voorhoede van die dromende drammers. In beeld, woord, ritme of klank, vaak mooi, soms lelijk, graag confronterend, trekken ze de status quo in vraag. Wat we als samenleving normaal lijken te vinden, ook al is het dat niet. Wat we eigenlijk niet normaal vinden, maar toch maar gedogen, uit angst of gemakzucht, botsend met ons eigenbelang. Gemoedsrust creëert zo graag haar eigen realiteit.
‘Kunst stimuleert om op een andere manier het gesprek aan te gaan. Wat we denken te zien, is vaak niet de realiteit’, opent Sara Mata ons onlinedebat, dat je onderaan dit artikel integraal kan herbekijken. Haar fotokunst gaat over de verhaaltjes die we onszelf vertellen. Over de kloof tussen perceptie en werkelijkheid. Het bos dat zo paradijselijk oogt, maar ijle doodskreten slaakt, verpletterd onder de impact van klimaatverandering en de met pesticides vervuilde ananasplantages even verderop.
‘Alle ecologische problemen in de wereld zijn ontworpen gebreken, gecreëerd door onze aanwezigheid.’
‘Ik weet niet of wij als kunstenaars echt iets kunnen veranderen’, zegt Sara. ‘Maar we kunnen tenminste ideeën naar voren brengen. Mensen samenbrengen rond kunst. En daarin vooral ook mensen een stem geven die al jaren over klimaatverandering praten, zoals inheemse volkeren en kustgemeenschappen. We hebben niet naar hen geluisterd.’
Net zoals Sara heeft Oscar Ruiz-Schmidt lak aan gemoedsrust. Hij groeide op in de kustprovincie Guanacaste, op twintig minuten van de Stille Oceaan. De connectie met water, en hoe we ons water naar de haaien helpen, is de rode draad in zijn werk. ‘Alle ecologische problemen in de wereld zijn ontworpen gebreken, gecreëerd door onze aanwezigheid’, draait hij niet rond de pot. In zijn laatste kunstinstallatie schijnt hij het voetlicht op de impact van klimaatverandering en plastiekvervuiling op de oceanen door drijvende zeewierbossen na te maken met afval. Wetenschappers gaven hem lessen ‘biologie voor kunstenaars’, lacht hij. Data waarmee hij visueel aan de slag kon. ‘Weinig mensen voelen zich aangesproken tot kille data. Maar een beeld kan iedereen verstaan.’
Als mode-ontwerper liet hij zich inspireren door een conflict tussen Costa Rica en Nicaragua, over welk land nu eigenaar was van het rivierwater dat beide buurlanden scheidt. Later bezocht Oscar de mensen die in de regio wonen. ‘Zij kregen nooit een stem in dat conflict.’ Oscar fotografeerde de locals met door hem ontworpen outfits en juwelen.
Christian liet zich inspireren door prekoloniale en koloniale kunst, en plaatste tropisch groen op de plek die de mens zich als held van ons antropocentrisch tijdsbestek toegeëigend heeft.
Ook Christian Wedel kijkt kritisch naar onze instrumentalisering van de natuur. Normaal vinden wat niet per se normaal is, alweer. Met zijn reeks ‘A Town for Plant People’ – ietwat bevreemdende beelden van florae die zich comfortabel nestelen op een stoel – wil hij een nieuw perspectief werpen op onze relatie met planten. ‘Welke verhalen vertellen we onszelf over de natuur?’ vraagt Christian zich ook in zijn reeks Tropical Futurology af. ‘Ik wilde dromen van een toekomst waarin planten eerst komen. Welke iconen en monumenten zou die wereld hebben?’ Christian liet zich inspireren door prekoloniale en koloniale kunst, en plaatste tropisch groen op de plek die de mens zich als held van ons antropocentrisch tijdsbestek toegeëigend heeft. ‘We moeten fundamenteel onze relatie met andere organismen herzien’, zegt hij. In kunst ziet hij de mogelijkheid om alternatieven te dromen.
Christian is geboren in de hoofstad San Jose, maar heeft een sterke connectie met de Caraïbische oostkust van Costa Rica. Een regio waar de band tussen mens en natuur behoorlijk hecht is, zegt hij. ‘Toch vergeleken bij de rest van het land.’
Hoezo? Is Costa Rica niet hét natuurland bij uitstek? Waar de hele economie draait op ecotoerisme? Waar, terwijl wij in België al een decennium blijven discussiëren over het al dan niet sluiten van kerncentrales, in Costa Rica al even lang het hele land voor 98 procent op hernieuwbare energie draait? Ik herinner me levendig een extreem winderige heuveltop in Guanacaste waar de mensen van het nationaal energiebedrijf ICE me trots heen troonden. Honderden windturbines, een waterkrachtcentrale, zonnepanelen, biomassacentrales, zelfs geothermie opgewekt door de vulkanen… in één toertje rond je eigen as draaien zag je er alle natuurlijke energiebronnen van het land samengevat.
Costa Rica is een meester in storytelling. Altijd geweest.
Ook voor biodiversiteitsbescherming en herbebossing is Costa Rica een ongekend succesverhaal. In de jaren zestig en zeventig had het land de hoogste ontbossingsgraad per capita ter wereld. Na een bocht van 180 graden slaagde het land erin om de beboste oppervlakte opnieuw te verdubbelen, en ondertussen de economische groei aan te houden door, toen als trendsetter, sterk te gaan inzetten op ecotoerisme. Allesbehalve een evidente stap in de jaren zeventig en tachtig, waarin arme landen verondersteld werden als grondstoffenleveranciers braaf mee te marcheren in de toen gangbare Wereldbank- en IMF-doctrines. Costa Rica maakte van natuurbehoud haar unique selling proposition. Tot op vandaag subsidieert de overheid landeigenaars om grond onaangeroerd te laten.
Maar Costa Rica’s geheim is vooral dat het een meester in storytelling is. Altijd geweest. Wanneer de natie, zoals zoveel Latijns-Amerikaanse landen, eind jaren veertig uit een bloedige burgeroorlog kwam, besloot het nogal atypisch om het leger af te schaffen. De regering wist dat ze voor zo’n disruptief, zelfs beangstigend voorstel een enthousiasmerend verhaal nodig had. In één adem zei de regering daarom: we schaffen het leger af, en al het geld dat we daarmee uitsparen, investeren we in gratis gezondheidszorg en onderwijs. De bevolking was mee. Het land scoorde steeds hoger op welvaartsindicatoren zoals gezondheid, geletterdheid en geluk. Costa Rica bleef bovendien als een van weinige landen in de regio gespaard van een nieuwe golf aan burgeroorlogen en militaire dictaturen.
‘Tot op vandaag vertelt elke Costa Ricaan met trots dat hij uit het land zonder leger komt. Het creëerde voor ons het narratief van een klein land met grote ideeën”, zei de invloedrijke Costa Ricaanse klimaatactiviste Monica Araya me daarover bij een koffie in San Jose. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat uitgerekend Costa Rica zich al in 2019 voornam om het eerste klimaatneutrale land ter wereld te worden, tegen 2050. In Europa was op dat moment nog geen sprake van een Green Deal. Costa Rica nam bovendien meteen een voorsprong door een concreet, gedetailleerd stappenplan en de nodige wetgeving op tafel te leggen. Maar vier jaar en een rechts-populistische regeringswissel later gaan die ambities steeds holler klinken. En net daar zit het probleem, zijn onze drie debatgasten het met elkaar eens. Costa Rica is zo meesterlijk in zijn storytelling dat er te weinig aandacht gaat naar de schaduwkanten van het verhaal: slecht openbaar vervoer, vervuilend transport en massaal gebruik van erg schadelijke pesticides in de bananen- en ananasteelt. (Pesticides die in Europa verboden zijn overigens, hoewel de bananen en ananassen wel massaal in onze winkelrekken belanden.)
‘Ik ben een trotse Costa Ricaan. Trots dat we geen leger hebben. We hebben goed onderwijs en gezondheidszorg. Ik heb ook altijd veel natuur rond mij gehad’, zegt Christian. ‘Al is het natuurlijk frustrerend dat we uberhaupt beschermde gebieden nodig hebben om te zeggen: hier mag je geen natuur vernielen of dieren doden.’ Met lede ogen ziet hij bovendien aan hoe de projectontwikkelaars Costa Rica aan het overnemen zijn, ‘met enorme hotels die een sterke impact hebben op de natuur. De Caraïbische kust, waar ik woon, kan daar voorlopig aan weerstaan. Maar er ligt wel overal afval. En ik leef constant met de vrees dat onze kleinschaligheid ook elk moment vernield kan worden. Dat er volgend jaar plots een enorm hotel komt.’
Christian en Sara zien een complete disconnectie tussen de nuluitstootbelofte van politici en hoe burgers zichzelf in dat verhaal zien, burgers met soms vier of vijf wagens voor de deur. Tussen enerzijds hoe het land geportretteerd wordt en hoe we onszelf zien, en anderzijds hoe we ons gedragen in het dagelijks leven’, zegt Sara. ‘Het is goed dat er een klimaatplan is. Maar dat is niet genoeg. Er is vooral nog heel veel werk te doen.’
Alle drie hopen ze in de eerste plaats de mindset van mensen te veranderen. ‘Mijn modeproject vertrekt volledig vanuit de intentie om afval te vermijden’, zegt Oscar. ‘Waarom moeten we uberhaupt eigenlijk dingen maken? Er is al meer dan genoeg dat we kunnen dragen. Als ik iets nieuws maak, moet dat vooral een mentaliteitswijziging in gang zetten.’
‘Als we daarin slagen, kunnen we ook meer vragen van onze beleidsmakers’, zegt Sara. Maar vaak ziet ze het licht aan het eind van de tunnel niet meer, geeft ze toe. ‘Ik probeer heel bewust te zijn in mijn werk, mijn dagelijks leven, mijn eigen consumptie. Maar we vechten tegen sterke krachten. Tegen concentraties van heel veel geld. Ik geraak gefrustreerd als ik honderd mensen hard zie werken aan een betere toekomst, en dan twee mensen dat fantastische werk teniet zie doen.’ Maar dat de mentaliteitswijziging is ingezet, lijdt volgens haar geen twijfel. ‘Ik herinner me de leerkracht die op school zei: “we zullen altijd water hebben.” Het was oke om te geloven dat de natuur er was om gebruikt te worden. Dat er altijd overvloed zou zijn.’ Zelfs gemoedsrust botst al eens op de grenzen van de realiteit.
Het volledige debat kan je hieronder herbekijken.
Deze publicatie werd gemaakt met de financiële steun van de Europese Unie. De inhoud ervan valt uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van The Polar Project en weerspiegelt niet noodzakelijk de standpunten van de Europese Unie.